Werken bij

NL

Als één aan de slag op de A27

Rijkswaterstaat gunde het zuidelijk deel van het project A27 Houten-Hooipolder aan 'ALSÉÉN', een samenwerkingsverband van Ballast Nedam en Fluor Infrastructure. Een drieluik over de inzet op optimale relaties met opdrachtgever, omgeving en partner.

Veertig kilometer snelweg verbeteren, ongeveer vijftig kunstwerken vervangen en een nieuwe brug bouwen. Het project A27 Houten-Hooipolder valt qua omvang en complexiteit in de buitencategorie. Dat maakt het des te belangrijker om vol in te zetten op een goede samenwerking met alle betrokkenen.

Met de opdrachtgever

De dialoog met opdrachtgever Rijkswaterstaat begon tijdens de aanbesteding. Ruben Favié, manager van het Strategic Tender Center van Ballast Nedam Large Infra: “Wij hebben in die fase voorgesteld om dit lange en ingewikkelde project op te knippen. Daardoor ontstaat een portfolio van deelprojecten, met elk een eigen projectmanager. Zo houd je het behapbaar. Onze Ballast Nedam-collega Patrick van Os bewaakt de integraliteit als overkoepelende portfoliomanager.”

Ervaring en attitude

Het voorstel werd ingegeven door het eerdere project A9 Gaasperdammerweg. Hier werkten Ballast Nedam en Fluor Infrastructure, toen ook met Heijmans, al samen voor Rijkswaterstaat. “Toen hebben we geleerd wat Rijkswaterstaat nodig heeft om een project succesvol te laten verlopen. Openheid staat daarin centraal. Als aannemer willen wij een mooi project maken en ook nog wat winst boeken. Maar hoe doen we dat samen met de opdrachtgever? Waar liggen zijn belangen? Gecombineerd met onze ruime ervaring met grote projecten voor Rijkswaterstaat, vormt die houding de sleutel tot succes.”

Meten is weten: stikstof in de praktijk

Bij grote infraprojecten zoals de A27 is stikstofreductie cruciaal. Met slimme praktijkmetingen aan bouwmachines laat team Digitalisering & Innovatie binnen Ballast Nedam zien dat de werkelijkheid vaak gunstiger is dan de modellen voorspellen. Een van de graafmachines die bij de A27 is ingezet, een Komatsu PC290, toonde aan dat de daadwerkelijke NOx uitstoot zelfs ruim 80% lager ligt dan de voorspelde uitstoot. 

Uit de metingen blijkt dat niet alleen het type machine telt, maar vooral hoe intensief deze wordt gebruikt. Bij hogere motorbelasting blijkt de uitstoot juist lager, terwijl lage belasting relatief ongunstig is. Deze inzichten, gevalideerd door TNO, bieden concrete handvatten om gerichte keuzes te maken, zoals bijvoorbeeld de elektrificatie van de meest vervuilende machines.

Kostentafel

Een aspect waarbij openheid een grote rol speelt, zijn de kosten. Ruben: “Bepaalde delen van het project doen we met de tweefasenaanpak. In de eerste fase werken we met Rijkswaterstaat aan het ontwerp en de planning. Pas daarna volgen het kostenplaatje en de uitvoering. Zo kun je de kosten beter baseren op de actuele situatie. Het nadeel voor Rijkswaterstaat is dat die kosten relatief laat duidelijk worden. Dat lossen we op met de kostentafel. Deskundigen van Rijkswaterstaat en ALSÉÉN schuiven periodiek bij elkaar aan om de kosten door te spreken. Wij geven daarbij volledige openheid van zaken, bijvoorbeeld over offertes van onderaannemers. Die transparante vorm van samenwerking is essentieel om elkaar te vertrouwen en de beslissingen te nemen waar het project baat bij heeft.”

Met de omgeving

Omgevingsmanagement, zo weet communicatieadviseur van ALSÉÉN Hanneke Blok, betekent contact leggen met “alles en iedereen buiten de hekken van de bouwplaats.” Hanneke richt zich daarbij op omwonenden. “We leggen uit wat we wanneer gaan doen en welke hinder dat kan opleveren.”

Veel communicatie verloopt via bewonersbrieven en de door Rijkswaterstaat beheerde website en sociale media. Maar in specifieke gevallen wordt een stap extra gezet. Bijvoorbeeld toen in 2025 de Kerklaan in Raamsdonksveer 12 weken werd afgesloten voor autoverkeer. “Daar hebben we in de buurt een bewonersbijeenkomst over georganiseerd. De opkomst was heel behoorlijk. We hebben onze keuzes uitgelegd en mensen begrepen het wel. Om te voorkomen dat zware landbouwvoertuigen en bussen door de dorpskern moesten rijden, hebben we ervoor gezorgd dat zij de afsluiting wel konden passeren. Zorgvuldige communicatie levert draagvlak op. Dat doen we vanuit goed nabuurschap, maar ook omdat de gemeente het als voorwaarde stelde bij de vergunning voor de afsluiting. Dus goede communicatie is gewoon essentieel voor de voortgang van het project.”

‘De 100 uur van Hooipolder’

Communicatief hoogtepunt in 2025 was voor Hanneke ‘De 100 uur van Hooipolder’. In augustus sloot ALSÉÉN de A27 af om in 100 uur een onderdoorgang van 6.300 ton op zijn plek te schuiven. “Een technisch hoogstandje, dat we graag aan de buitenwereld wilden laten zien. Maar vanwege de veiligheid kon dat niet op locatie. Daarom hebben we samen met het communicatiebureau van Rijkswaterstaat een liveblog gecreëerd met een livestream en updates via Instagram en Facebook. Ook konden mensen via sociale media vragen stellen. Het leverde niet alleen 250.000 unieke bezoekers en 1,2 miljoen views op, maar ook een aantal communicatie- en marketing awards. Misschien kunnen we weer zoiets doen als we de nieuwe Merwedebrug gaan invaren.”

Met de partner

Ook senior projectcoordinator Beer Poelma kijkt tevreden terug op ‘De 100 uur van Hooipolder’. Hij noemt het een paradepaardje, waarbij alle samenwerkende betrokkenen hebben laten zien wat ze kunnen.

Zinvol alternatief

“Het mooiste is misschien nog wel dat een volledige afsluiting volgens het contract eigenlijk niet was toegestaan. Vanuit het projectteam ontstond op een gegeven moment het idee dat het toch een zinvol alternatief kon zijn. Dat heb ik mede uitgezocht, en dat bleek zo te zijn.” Financieel paste het én er waren diverse voordelen. Zo bracht één volledige afsluiting minder risico’s met zich mee dan de zes gedeeltelijke afsluitingen van de A27 uit het oorspronkelijke plan. En de overlast voor de omgeving bleef op deze manier beperkt tot één aaneengesloten periode.

Op elkaar vertrouwen

Binnen het project werkt Beer veel samen met mensen van ALSÉÉN-partner Fluor Infrastructure. Zo kijkt hij met onder andere projectcontroller Joost Hartmann van Fluor per kwartaal en maandelijks terug en vooruit. “Het gaat dan bijvoorbeeld om de hoeveelheden beton die we denken nodig te hebben, maar ook om prognoses van benodigde manuren. Hebben we een bepaald team hier nog nodig, of kunnen ze al doorschuiven naar een volgend projectonderdeel?” Die samenwerking verloopt uitstekend, oordeelt Beer. “Dat komt voor een groot deel omdat de meeste mensen elkaar al kennen van eerder werk. Dus je weet dat je kunt vertrouwen op de bekwaamheid en de ervaring van de ander. En je voelt: we gaan samen weer iets moois maken. In de dagelijkse praktijk van het werk ben ik mij trouwens helemaal niet meer bewust van wie van Ballast Nedam is of wie van Fluor. We werken als één team. We doen de naam van de joint venture eer aan.”
Terug naar