Leerzame ervaringen en ecologische maatregelen bij Windplanblauw

In het IJsselmeer, ten noordoosten van Lelystad, heeft Ballast Nedam meegewerkt aan de plaatsing van 24 nieuwe windmolens. Ze maken deel uit van het project Windplanblauw, dat een belangrijke bijdrage levert aan de energietransitie in de provincie Flevoland. Wat bracht het werken op deze bijzondere, ‘nearshore’ Natura 2000-locatie met zich mee? En welke ecologische maatregelen werden daarbij getroffen?

In 1998 leverde Ballast Nedam 28 windturbines op in het windpark Irene Vorrink. Gelegen vlak achter de dijk tussen Lelystad en de Ketelbrug, vormden ze voor automobilisten jarenlang een beeldbepalend onderdeel van de route langs de A6. Maar de techniek schrijdt voort, en de molens zijn in 2023 vervangen door 24 krachtiger exemplaren. Deze nieuwe turbines leveren 6 Megawatt stroom, tien keer zoveel als de oude turbines. Ze horen bij Windplanblauw, een windpark van energiebedrijf Vattenfall en de boerencoöperatie SwifterwinT. Net als een kwart eeuw geleden is Ballast Nedam bij dit project betrokken. Deze keer met het ontwerp en de bouw van de nieuwe turbinefundaties, de parkbekabeling en de aansluiting op het voedingsstation enkele kilometers verderop.

 

Draaiende wind

De nieuwe windturbines staan 100 tot 500 meter van de oevers van het IJsselmeer vandaan. “We noemen dat een nearshore-locatie”, legt business developer Jan de Vries uit. “Je hebt offshore, ver in zee en onshore, op het land. Dit zit er tussenin.” In samenwerking met de opdrachtgever bedacht Ballast Nedam een speciale oplossing om de turbines op deze specifieke bodem te installeren. Uiteindelijk viel de keuze op landturbines, die met behulp van ronde eilandjes van beton als fundering in het water geplaatst zijn. Dat bracht een specifieke situatie met zich mee, weet projectmanager Roy Hopmans: “De oplossing had veel weg van een landfundatie, bestemd voor landturbines. Daarom hebben wij vooral gebruik gemaakt van landaannemers. Maar uiteindelijk gebeurde het allemaal op het water. Daar moest iedereen wel een beetje aan wennen. Als je op het land iets vergeet mee te nemen, loop je even terug naar je busje om het te halen. Nu moest er van tevoren goed nagedacht worden voordat je met zijn allen in de boot naar de bouwplaats stapte. Want als je dan iets vergeet, ben je zo een paar uur verder. Dat is dan wel meteen een mooi leermomentje. Het is dus een kwestie van je wat grondiger voorbereiden.”

Een andere omstandigheid, typerend voor het IJsselmeer: draaiende windrichtingen. “Zodra de wind draait, komen de golven van een andere kant. Het IJsselmeer is ondiep en daardoor extra gevoelig voor dit fenomeen. Dat betekende regelmatig dat we halverwege de dag ineens moesten opbreken, omdat we vanwege de golven niet meer konden doorwerken. In de planning hielden we daar rekening mee, zodat we er flexibel mee konden omgaan en toch op schema bleven.”

Rifballen en vogelroosters

De buitendijkse locatie van Windplanblauw bevindt zich in een Natura 2000-gebied. Dat betekent dat het onder Europese vogel- en habitatrichtlijnen valt, die de biodiversiteit beschermen. Jan: “Voor ons had dat tot gevolg dat we moesten voldoen aan specifieke vereisten. Die vloeiden voort uit de vergunning die de opdrachtgever had gekregen, met daarin de voorwaarden waaraan je vanuit de Natura 2000-regels moet voldoen. Kort gezegd komt dat erop neer dat je compensatie moet bieden voor de verharde elementen die je in het gebied plaatst, en dat je maatregelen treft om fauna en omgeving te beschermen.” Ballast Nedam streeft zelf ook naar zo min mogelijk impact op de omgeving van een bouwlocatie. "Dus de motivatie om hier de juiste dingen te doen, was tweezijdig", volgens Roy. Dit leidde tot een aantal ecologische maatregelen.

Zo werden op de bodem van het meer ongeveer 200 rifballen geplaatst. Dit zijn kunstmatige rifstructuren van een kleine meter hoog, in de vorm van een kerkklok. Ze zijn gemaakt van milieuvriendelijk pH-neutraal beton, en bieden een leefomgeving voor zeeorganismen. Deze worden gegeten door vissen, die op hun beurt weer een prooi zijn voor vogels. Zo geven de rifballen een positieve impuls aan de voedselketen in het gebied. Tijdens de bouwfase werden ook de vogels beschermd, door middel van vogelroosters. Deze werden geplaatst op de open uiteinden van de heipalen, om te voorkomen dat vogels binnen in de palen vast kwamen te zitten. Ook aan de vissen werd gedacht, door middel van de aloude methode ‘slootje dempen’. Roy: “De met water gevulde bouwkuipen stortten we stukje bij beetje vol met zand. Daardoor konden de vissen die erin rondzwommen ontsnappen, voordat we de fundering volledig hadden gevuld.” Andere speciale ecologische maatregelen waren onder andere het aanbrengen van opstaande randjes op de pontons (om te voorkomen dat eventuele vloeibare vervuiling het meer in zou stromen), het gebruik van biologisch afbreekbare olie en een speciaal verlichtingsplan, waarbij de bouwlampen alleen op het werk schenen om zo lichtvervuiling te minimaliseren en de omliggende natuur en omgeving niet te verstoren.

De menselijke component

Werk uitvoeren met al deze ecologische maatregelen brengt ook menselijke uitdagingen met zich mee. “De menselijke component is wel een punt van aandacht”, antwoordt Roy. “Je moet alle medewerkers op het project laten inzien dat het belangrijk is, zodat iedereen er ook in meegaat. Bij het betonstorten, bijvoorbeeld, wil je niet dat het laatste beetje ergens overheen loopt en in het water terechtkomt. Dat moet je dus opvangen met een emmertje en daarna wegbrengen. Dat is een extra moeite, die na 12 uur betonstorten best veelgevraagd kan zijn. Toch moet het gebeuren.”

Specifieke kennis

Roy is blij met alle ecologische maatregelen die rondom de bouw van Windplanblauw genomen zijn. “Ik vind dat persoonlijk belangrijk. Het moet normaal zijn dat je in projecten zo min mogelijk impact op de omgeving maakt, zeker op een locatie als deze.” Jan ziet dat Nederlandse bedrijven in de voorhoede zitten als het gaat om duurzaam bouwen. “In ons land lopen we op allerlei manieren tegen grenzen aan, dus we worden uitgedaagd om daar steeds verder over na te denken. Wat we daarvan leren, kunnen we overal toepassen.” Betekent dit dat Ballast Nedam een goede partner is voor de realisatie van volgende windparken? “Zeker als het gaat om kleinere parken, op nearshore locaties met specifieke omstandigheden. Wij zijn er inmiddels op ingesteld om extra stappen te zetten. En in projecten zoals Windplanblauw hebben we natuurlijk weer allerlei specifieke kennis opgedaan en lessen geleerd. Die komen bij elk volgend project van pas. Op deze manier dragen we bij aan de energietransitie door het opwekken van schonere energie. Tegelijkertijd hebben we rekening gehouden met de duurzaamheid van de omgeving tijdens de bouw en hebben we passende ecologische maatregelen kunnen nemen om de natuur te kunnen beschermen, zelfs onder water.

Terug naar: