Velsertunnel

De Velsertunnel onder het Noordzeekanaal, gebouwd tussen 1952 en 1957, geldt in de Nederlandse aannemerij als monument van modernisering. Voor de Amsterdamsche Ballast Maatschappij (ABM) was de tunnel het grootste werk in haar toen bijna 80-jarige bestaan.

De Velsertunnel omvat een autotunnel en een spoorwegtunnel die in één droge bouwput zijn gemaakt. Dat deze voor ondiepe tunnels vrij gebruikelijke methode werd toegepast bij een 24 meter diepe put, met hoge taluds en een grote verlaging van de grondwaterstand, was een novum. Ook nieuw was de grootscheepse samenwerking van deskundigen, ondernemingen en Rijkswaterstaat in een werk dat door één aannemingsbedrijf was aangenomen. Dit maakte een integrale aanpak mogelijk waarmee spraakmakende innovaties, tijdwinst en arbeidsbesparingen zijn geboekt. Hoofduitvoerder was Philip Diderich, later (1975-1982) voorzitter van de Raad van Bestuur van Ballast Nedam. Bouwen in drie delen De Velsertunnel is gebouwd zonder het scheepvaartverkeer op het drukke Noordzeekanaal stil te leggen. Dit was mogelijk omdat het kanaal gelijktijdig moest worden verbreed. Op de oever van het voor verbreding bestemde terrein werd een ronde bouwput van damwand geslagen, waarin het middenstuk van de tunnels is geconstrueerd. Van daaruit werd een bouwput gegraven waarin het zuidelijke tunneldeel is gebouwd. Vervolgens werd het Noordzeekanaal verlegd tot boven dit tunneldeel, met een kistdam als tijdelijke oever, en kon de bouwput voor het noordelijke tunneldeel worden gemaakt.

Mechanisering De ABM buitte de toenmalige mogelijkheden voor mechanisering volledig uit. Voor het eerst waren er op een waterbouwkundig werk torenkranen te zien. Zand, grind en cement werden per schip aangevoerd bij twee betoncentrales, vanwaar het beton met hoogkippers werd getransporteerd en via een pomp of transportband in het werk werd gebracht. Een nieuwe aanpak die zeer efficiënt bleek. Ook nieuw was het gebruik van verrijdbare stalen bekisting voor de constructie van de in totaal 270 tunnelelementen. Dit leverde aanzienlijke tijdwinst op: de 18 m lange elementen werden in drie (spoortunnel) tot vier (autotunnel) weken gemaakt.

Prefab beton Ook met prefab beton werd grote tijdwinst geboekt. Toen mankracht en tijd ontbraken om de betonnen lichtroosters voor de toeritten te maken, kon dat worden opgelost met voorgespannen prefab platen die met kranen werden gesteld. Daarnaast dreigde de constructie van de betonnen onderbouw van de acht noordelijke ventilatietorens te lang te gaan duren, door de bijzondere vorm en de vele sparingen. De uitvoering van de onderbouw in prefab betonnen 'schijven' die in 20 dagen werden gesteld, leverde ruim 3 maanden tijdwinst op. 'Operatie Ananas' was duurder in directe kosten, maar de tijdwinst werd hoger aangeslagen. Met de actie is geschiedenis geschreven: de ABM maakte in de volgende twee decennia naam met betonmontagebouw in grote utiliteits- en infraprojecten.

Locatie

A2 Noordzeekanaal

Tags
  • Construction

Projectgegevens

Opdrachtgever: Rijkswaterstaat

Project Fase: Opgeleverd

Bouwtijd: 1952 - 1957

Functiecategorie: Amsterdamse Ballast Maatschappij

De Velsertunnels in cijfers

                                                                                                                                                                                                                  

autotunnel lengte: 1643,88 m, waarvan 768 m gesloten twee rijbanen, elk 7 m breed met twee trottoirs van 1 m breed aan weerszijden vrije hoogte: 4.20 m diepte rijvloer in het midden van de tunnel: -23.225 m N.A.P. bovenkant tunneldek: -17.335 m N.A.P.
spoorwegtunnel lengte: 3223,78 m, waarvan 2050,39 m gesloten dubbelspoor, breedte 9.20 m per spoor met twee inspectiepaden van 1.10 m breed aan weerszijden vrije hoogte: 5,50 m diepte spoorstaaf in het midden van de tunnel: -23.305 m N.A.P. bovenkant tunneldek: -16.515 m N.A.P.
helling toeritten autotunnel: 1:285 spoorwegtunnel: 1:60
kranen Blauwekraan: giek 42 m, hefvermogen 1 ton 3 Hensenkranen: giek 37 m, hefvermogen 3 ton 2 Peinerkranen: giek 82 m, hefvormogen 2,25 ton bij een sprei van 40m 2 Sanderskranen 3 Kaiserkranen ('ooievaartjes')
productie betoncentrales 2.000 m3 per week; jaarproductie ca. 100.000 m3; totaal: 360.000 m3
stortcapaciteit 60 m3 per uur
wapeningsijzer 35.000 ton
grondverzet ruim 3 miljoen m3 met 15 draglines en 60 transportwagens
verlaging grondwaterstand bovenwater afgepompt tot -8 m N.A.P., spanningswater afgemalen tot -25.50 m N.A.P., bij de pompkelder tot -27.50 m N.A.P
stalen damwanden 10.000 ton
stalen bekisting 3 bekistingen autotunnel, 4 bekistingen spoortunnel, 4 bekistingen toeritten; totaal gewicht ca. 3.000 ton
prefab beton 13.000 trottoirplaten autotunnel 9.000 afdekplaten goten spoortunnel 3.100 scheidingswanden ventilatiekanaal autotunnel 6.000 platen lichtroosters 'ananasschijven': diameter 4 m, dikte 35 cm, gewicht ca. 5 ton
hulpwegen 450.000 m2